242. Wasbare luiers: waarom wij helemaal overtuigd zijn!

Ik heb lang gewacht met het schrijven van deze post: zoonlief is intussen meer dan een half jaar oud 🙂 Maar daar is een reden voor: ik vond dat ik niet kon zeggen dat wij superenthousiast waren en het iedereen aanraadden… na 2 weken wasbare luiers gebruikt te hebben 😉

Intussen hebben we al heel wat situaties doorgemaakt en schrijf ik met veel enthousiasme over ons wasbare luieravontuur. Over de wasbare billendoekjes konden jullie al lezen. Ik vind nog altijd dat als je wasbare luiers niet ziet zitten, je misschien de billendoekjes wel kan proberen: de extra effort hierbij is zeer klein en het rendement maximaal! Maar terug naar de wasbare luiers.

Om me een beetje in te werken, begon ik met het volgen van een info-avond bij Doekjes en Broekjes. Ik was op dat moment al pro wasbare luiers, maar nog niet 100% overtuigd of het iets voor ons was. Na de info-avond was er voor mij geen enkele reden meer om het niet minstens te proberen. En móest het niet lukken, dan konden we nog overstappen naar wegwerp, maar da’s tot nu toe nog niet nodig geweest.

Waarom wasbaar?

Er bleken al snel echt veel redenen te zijn om voor wasbare luiers te gaan.
Gemiddeld zijn kinderen sneller zindelijk wanneer ze wasbare luiers gebruiken, omdat ze voelen dat de luier nat is wanneer ze plassen.

Daarnaast is het huidvriendelijker: pampers en varianten bevatten absorberende chemicaliën. Die chemicaliën beïnvloeden ook natuurlijke vochtbalans van de huid en onttrekken vocht aan de ontlasting, waardoor je meer moet wrijven om alles eraf te krijgen, wat ook voor de huid minder goed is.

Wasbare luiers stinken minder (zelfs leeg). Als ons zoontje dan toch eens een wegwerpluier aanheeft, ruiken wij dat altijd meteen.

Het is goed voor het milieu: voor één kind zou je 5500 wegwerpluiers gebruiken (dit is het equivalent van 7 à 8 bomen en 1400 kg afval), tegenover 50 à 60 wasbare luiers. Waar we ook wel trots op zijn: als pril gezinnetje zetten wij minder afval buiten dan de buren zonder kinderen of met grotere kinderen, daar waar wegwerpluiers meestal voor véél afval zorgen! Toen we dus een midweek naar het noorden van Nederland trokken, waren we heel blij dat de mensen van onze B&B (Binneninn Buitenuit) het niet erg vonden om onze luiers 1x te wassen, zo hoefden we ook in die week niet over te schakelen op wegwerpluiers! Natuurlijk is de initiële investering groter, maar dat is bij veel dingen zo, denk maar aan zonnepanelen of andere milieuvriendelijke investeringen.

Billenboetiek geeft een overzicht van de voordelen van wasbare luiers in een mooie infografic.

Vooroordelen weerlegd:

  • constant wassen: eerlijk? dat valt best mee! Wij wassen om de twee dagen, dit is een wasroutine geworden die ervoor zorgt dat wij het absoluut niet als een last ervaren. In de zomer is alles met een briesje op een paar uur droog op de draad. In de winter duurt dit binnen iets langer, waardoor we ze soms even kort droogkast geven. (We doen dit niet vaak of lang omdat de luiers hierdoor minder lang mooi blijven – zoals met alle kledingstukken trouwens – en omdat dat natuurlijk ook iets minder ecologisch is – ook al hebben we een A++ condensatiedroogkast met warmtepomp). Onze energierekening is er niet spectaculair door gestegen. We wassen trouwens met regenwater: dat water is minder hard en is gratis, wat ervoor zorgt dat we zelfs met een baby slechts een derde water verbruiken van een gemiddeld gezin.
    Wassen doe je trouwens mét voorwas (na de voorwas wordt alles leeggepompt en dan wast het machine alles proper), op 60°C, met voldoende water (geen waterbesparend programma), best met waspoeder, niet overgedoseerd, en zonder wasverzachter.
  • al dat plooien en toespelden: helemaal verleden tijd! Er bestaan heel wat voorgevormde luiers die heel makkelijk zijn in gebruik. Trouwens, je kan wel nog altijd opteren voor luiers die je zelf vouwt, die zijn budgetvriendelijker en eens je ermee weg bent, ook zeker te doen! Maar je hebt dus de keuze.
  • meer luieruitslag: absoluut niet waar, triest dat het op veel websites wordt vermeld, ook al blijkt dat in de praktijk niet zo te zijn! De verwachtingen werden op dat vlak volledig ingelost, we hebben hier nog nooit luieruitslag gehad! In dat half jaar hebben we letterlijk nog geen één keer zinkzalf of dergelijke moeten gebruiken voor luieruitslag. Ik hoor van veel mensen dat zij dat beeld hebben, we kregen die reactie ook vaak: “oei, wasbare luiers, maak je maar op voor luieruitslag”. Niets is dus minder waar!
  • veel gedoe: zowel manlief als ik zijn volledig geroutineerd: luiers, overbroekjes en billendoekjes in de luiertas en een wetbag om de gebruikte luiers in te steken. Dat gedoe valt echt wel héél goed mee! En de mooie luiers en overbroekjes maken het een plezier om mee bezig te zijn 🙂
  • meer lekken: dat kan ik alvast met klem tegenspreken, door het elastiekje in de rug heb je veel minder ontsnappende spuitluiers en ook minder lekken 🙂 heb je toch lekken, dan kan je samen met een luierconsulente op zoek naar een betere pasvorm. Onze onthaalmoeder had nog geen lekjes met zoonlief en ook bij ons gebeurt dit zeer zelden!
  • minder passende kleding: over het algemeen passen de meeste kleertjes (meestal in een maat groter). Het enige wat niet gaat, zijn skinny broekjes of skinny salopetjes enzo. Persoonlijk vind ik dat niet erg 🙂 Ik ben niet echt into dat soort kleertjes voor babies, ik ben helemaal fan van Scandinavische, ecologische kleertjes (de meeste trouwens tweedehands gekocht). En die passen perfect over de luiers. Van die schattige baggy broekjes staan niet alleen mooi, maar passen ook zeer goed over de luiers.
  • vlekken: het is een feit dat er soms vlekken zitten in de wasbare luiers. Er wordt afgeraden om die dan te bestrijden met chemische vlekkenverwijderaars, je wil dat die stoffen in goede staat blijven en geen chemicaliën afgeven. Het komt dan natuurlijk heel goed uit dat de zon eigenlijk de perfecte vlekkenverwijderaar is. Ik was aanvankelijk ook eerder sceptisch, maar de ergste vlekken verdwijnen letterlijk als sneeuw voor de zon. Op witte luiers (of tetradoeken enzo) zie je dat heel goed, maar even goed op gekleurde luiers zie je een goed effect. En ook in de winter werkt de kracht van de zon achter het raam trouwens!
Tweedelig!

Ik ga in deze blogpost niet alle types luiers toelichten, daarvoor volg je best eens een workshop. De website Wasbare Luierwereld geeft ook een zeer goed overzicht. Er zijn zeer veel (web)shops die zo’n luierconsulten aanbieden en ik raad dat zeker aan als je door de bomen het bos niet ziet. Wij beslisten om te gaan voor tweedelig: dat wil zeggen een luier (die alles absorbeert) en een overbroekje (dat alles binnen het overbroekje houdt en zorgt dat de kleertjes niet nat worden). Het voordeel is dat je niet even veel overbroekjes nodig hebt als luiers: als het overbroekje niet vuil is, kan je het laten drogen en bij de volgende luierwissel nog eens hergebruiken.

Welke luiers en ervaringen
Bambinex

We zijn gestart met het CM-pakket dat je kon krijgen bij de geboorte van een kind. Elke ouder heeft recht op een pakket en wij namen er dus twee. Hierin zitten luiers en overbroekjes van Bambinex. Eén pakket bevat:

  • tien luiers van maat 1 (3,5 – 8 kg), telkens met inlegger;
  • drie extra inleggers met drukknoopjes;
  • twee overbroekjes;
  • een pakje microfleece inlegdoekjes;
  • een rol inlegvellen.

Wij zijn uiteindelijk heel tevreden over deze luiers. We hebben er nog een paar bijgekocht, 25 vonden wij ideaal voor de perfecte wasroutine en om nooit zonder te vallen. Het zijn bamboe luiers die supergoed absorberen en doen wat ze moeten doen. Ze drogen iets trager dan sommige andere luiers, maar dat viel erg mee. We hebben bijna nooit een lek gehad (als dat toch gebeurde, was dat eerder ’s nachts na een langere tijd en alleen wat aan de randjes, nooit in die mate dat we lakentjes hebben moeten verversen omdat die nat waren). Ook de onthaalmoeder was heel tevreden: zij heeft geen enkele keer een lek gehad met deze luiers. Als zoonlief nog erg klein was, vonden we de Bambinex overbroekjes wel te groot. We hebben dan de Popolini easywrap onesize gekocht. Deze sloten mooi aan, ook als hij nog klein was. Even later zijn de overbroekjes van Bambinex wel mijn favorietjes geworden, hij is er beter ingegroeid en ik vond ze ook in enkele leuke printjes gevonden had. Want laat ons eerlijk zijn: zo’n kleurig wasbaar luierkontje, daar doet een mens het voor hé 😉 Enige minpuntje: de velcro zou iets beter mogen zijn. Ze zijn perfect meegegaan hoor, maar je merkt dat die kwaliteit iets afneemt. Hoedanook: de luiers zijn intussen te klein en steken mooi opgeborgen voor – wie weet – baby n° 2! Doordat je de kleinste maat in verhouding minder lang gebruikt dan de tweede maat, is dat echt perfect mogelijk om ze voor een tweede baby te gebruiken! En zo wordt het nog ecologischer.

Strikluiers

Een specialleke onder de luiers: op zich niet héél absorberend, maar daar zorg je voor dankzij één (of meerdere) inleggers. Erg budgetvriendelijk, immens snel droog en past altijd: je moet ze alleen naargelang de leeftijd van het kindje iets anders knopen. Ze vragen in het begin iets meer handigheid dan een voorgevormde luier. Mijn man was en is daardoor nog steeds niet erg fan, omdat ze toch wat meer ‘gedoe’ zijn. Maar eens je het gewoon bent, valt dat goed mee! Ik ben bij zoonlief pas na 3 weken begonnen met wasbare luiers. Bij een tweede baby zou ik met strikluiers sneller beginnen denk ik, met de speciale baby-vouwtechniek. (het okergele op de foto is vulling om een vulling in de luier te hebben 😉 )

Bamboozles Stretch

Deze kocht ik in maat 2: die passen van 4 – 16 kg en zijn in principe dus goed tot aan de zindelijkheid. Omdat die dus in verhouding langer moeten meegaan dan de maat 2, heb ik hier ook wel echt in geïnvesteerd. Deze bamboe luiers ogen iets mooier dan de gewone ecru bamboe luiers (het is dan ook zonde om ze onder een overbroekje te verstoppen 🙂 ). Ze zijn helaas ook iets prijziger… ik had de chance om het grootste deel van mijn stash te kunnen kopen bij een webshop die ermee stopte en uitverkoop deed. Toen de Bambinex luiers te klein werden, wist ik dat ik opnieuw bamboe luiers wilde gebruiken. De Bamboozles waren ook bij de info-avond voor mij als beste uitgekomen (met de prijs als klein minpuntje 😉 ). We hebben ze nu even in gebruik en zijn er héél tevreden van. Nadeel: ze drogen iets trager dan de Bambinex luiers. Maar op warme dagen hangen we ze buiten en zijn ze in no time droog. Het fijne is dat de Bambinex en Popolini overbroekjes die we voor de Bambinex luiers gebruikten, ook op deze luiers passen. De overgang naar deze luiers liep min of meer gelijk met de overgang naar vaste voeding. Dan verandert de stoelgang en is het wel aangewezen om een inlegvel te gebruiken. Als het alleen nat is, kan je dit mee wassen en hergebruiken. Als je een kakapamper hebt, kan je het vel uitschudden boven de toilet en dat vel is dan wel voor de vuilbak: het is niet aangewezen om dit door te spoelen (ook al zeggen sommige fabrikanten van wel, het risico op verstopping van je toilet is te groot).

Anavy nachtluiers

Tot voor kort verluierden we nog 1x per nacht. Maar aangezien dat verluieren niet bevorderlijk was voor zijn nachtritme, wilden we de nachtluiers toch proberen. De anavy nachtluiers zijn dé nachtluiers bij uitstek. Het is een iets dikker pak aan de billetjes, maar ’s nachts moeten ze niet rollen, kruipen of wandelen hé, dus dat stoort niet. Ik kocht er de Blümchen overbroekjes bij: een soort overbroekjes waarvan geweten is dat ze passen over de grootste luiers. Ook hier zijn we erg tevreden van, ze zijn aangenaam en als je ’s ochtends de luier uitdoet, is die natuurlijk nat, maar de huid voelt erg goed en zacht aan.

Zwemluiers

Ook nog een tip! Waarom wegwerpzwemluiers kopen als je ook wasbare zwemluiers kan kopen 🙂 Ik heb er twee: één onesize en één meegroeizwemluier. Ze doen beiden helemaal wat ze moeten doen en zorgen voor ongelukjesvrije zwembadbezoekjes (we gaan alleen naar chloorvrije zwembaden, zoonlief is nu al een echte waterrat!). Wat grappig is, is dat veel mensen wasbare zwemluiers wel een evidentie vinden, maar bij de gewone luiers niet, maar dat gaat minstens even goed 🙂

Tevreden? ja!

Wij zijn echt over de hele lijn tevreden dat we aan ons wasbaarluier-avontuur begonnen zijn!

Als je nog twijfelt, volg dan zeker eens een infosessie of workshop. Wat ook fijn is, zijn luierpakketten die je kan huren (samengesteld door de winkel of door jezelf). Zo kan je vanalles uittesten. Wij hebben dat uiteindelijk niet gedaan omdat we redelijk zeker waren van wat we wilden uitproberen.

Heb jij nog vragen of twijfels? Laat maar horen!

PS: als je de investering toch doet, doe ik graag een warme oproep om te kiezen voor bedrijven die vrij dicht bij huis werken, die hun werknemers ook in goede arbeidsomstandigheden laten werken. Het is tegenwoordig in om op ‘ali’ te shoppen, maar die lagere prijs heeft vaak een keerzijde van meer kilometers, minder goede kwaliteit, minder goede werkomstandigheden, een minder ecologisch productieproces en materialen, …

Hieronder zet ik graag een aantal webshops in de kijker waar ik zelf met een gerust hart luiers en toebehoren kocht en tevreden was als klant.

Je vindt veel info en tips op deze Facebookpagina: Wasbare luiers.

152. Cohousing ?! Interview met Evelyn

Vorig jaar mocht ik in het kader van het programma ‘Peeters & Pichal’ naar Freiburg, samen met Jeroen, een andere gelukkige luisteraar. De verslagjes daarover vind je hier. We ontdekten daar waarom Freiburg de groenste stad van Duitsland is, met onder andere een autoluw centrum, een gigantisch hoog aantal huizen met zonnepanelen, een heel doordacht ‘Green city’ concept en Vauban, één grote cohousingwijk.

Omdat er toch nog heel wat misverstanden zijn over het cohousen, maar ook omdat veel mensen er gewoon nog niet zoveel over weten, borrelde het idee om een interviewreeks te doen met een aantal cohousers. We zullen elke keer een reeks vragen afvuren op een cohouser, waardoor we vurig hopen dat je na het lezen van de interviews een veel beter idee hebt van wat cohousing is, en ook wat cohousing níet is.

Dag Evelyn, zou je jezelf even kort kunnen voorstellen?

Ik ben 25 jaar en sinds 2010 getrouwd met Jacob. Ik werk bij de ecologische denktank Oikos, Jacob in de windenergiesector. Dat zegt dus al heel wat over onze motivatie om te gaan ‘cohousen’. Verder ben ik actief bezig met muziek.

Wat is voor jou dé reden om aan cohousing te doen? Is die voornamelijk ecologisch, sociaal of financieel geïnspireerd of spelen er nog andere factoren mee?

Vooral de eerste twee redenen zijn belangrijk voor mij. Ik zie mijn toekomst niet gewoon als ‘huisje-boompje-beestje’, ik sta bewust in het leven en dat heeft zeker ook invloed op mijn idee van wonen. Ecologisch bouwen, met het oog op duurzaamheid, en samen met anderen bepaalde ruimtes en spullen delen, past in dat plaatje. Ik wil ook dat onze kinderen (die er voorlopig nog niet zijn) kunnen opgroeien in een propere, sociale en veilige omgeving, en ik verlang ook zelf naar een goed contact met mijn buren. Zodra we hoorden dat er iets bestond als cohousing, was een standaard woning voor ons geen optie meer: elk gezin in zijn eigen cocon, met zowel in je eigen tuin als in die van beide buren een trampoline en een schommel, ieder zijn eigen gras- of boormachine, enz., het zei me al snel nog weinig.

Wat zijn de voordelen als gezin, als ouder, als kind, om te cohousen?

Die sociale cohesie is echt een troef: een goed contact met je buren, een vertrouwelijke omgang met elkaar, … De kinderen van de verschillende gezinnen groeien een stukje samen op en kunnen gewoon vrij spelen in de tuin, terwijl er altijd wel iemand is die een oogje in het zeil houdt. Alle talenten bij elkaar zijn ook erg verrijkend, voor iedere leeftijd: de ene kan ongelofelijk goed koken, de andere kan naaien, weer iemand anders heeft groene vingers, enz. Senioren kunnen dan weer beroep doen op de buren voor boodschappen bijvoorbeeld. Er zijn ook financiële voordelen. Je kan op termijn heel wat geld uitsparen. Grote aankopen doe je samen en autodelen is perfect mogelijk.

Waar is jullie cohousinglocatie en hoe groot is deze (hoeveel gezinnen of personen) nemen eraan deel?

Wij hebben ons oog laten vallen op een veld aan de rand van de stad Sint-Niklaas. De stad is gestart met de uitbreiding van een bestaande wijk, waar zowel een groot ecologisch park als sociale huisvesting als particuliere woningen komen. Er zal minimaal autoverkeer zijn, waardoor het echt een aangenaam leefbare wijk wordt. We denken dat ons project daar ook perfect in past. De oppervlakte van de grond die we nu op het oog hebben, is ongeveer 4800 m². Ons doel is om daar 20 à 22 compacte units (gezinnen en alleenstaanden)  en een gemeenschappelijk gebouw (paviljoen) in te planten, rond een gemeenschappelijke tuin.

In welke fase zit jullie cohousingproject momenteel?

We zijn momenteel met 10 gezinnen en alleenstaanden van verschillende leeftijden, in totaal bijna 30 volwassenen en kinderen. We zoeken dus nog volop naar buren om onze groep te vervolledigen. Daarvoor organiseren we elke maand een infosessie. We richten binnenkort een vzw op om verdere stappen te ondernemen. Na een architectuurwedstrijd hebben we onlangs ook onze architect gekozen, daarmee wordt het al een pak concreter!

Wat zijn tot nu toe je beste ervaringen?  Zijn er ook al tegenvallers geweest?

In februari zijn we op weekend geweest, dat was echt een leuke ervaring! Samen eten, vergaderen, spelletjes spelen, babbelen, discussiëren, de kinderen samen zien spelen, … Het gaf ons al een voorsmaakje van wat het gaat worden, we kregen allemaal echt zin om ermee door te gaan na dit weekend samen. De architectuurwedstrijd was een uitdaging, maar werd uiteindelijk een heel boeiend en plezant proces, waarbij we ook open konden discussiëren en de consensus leerden vinden.
Wat elke keer toch weer een beetje steekt, is als mensen met wie je goede gesprekken hebt gehad, toch niet mee instappen. Je wil dat het vooruitgaat en dat de groep uitbreidt, zeker met mensen met wie je een ‘klik’ hebt, maar je kan natuurlijk niets forceren.

Wat zijn in jouw ogen de grootste vooroordelen of misverstanden die er bestaan ten aanzien van cohousing?

Een cohousinggroep wordt al snel gezien als een ‘commune’: alles delen, alles gemeenschappelijk, geen privacy, erg close contacten, enzovoort. Dat is toch wel een misvatting: ieder heeft zijn eigen huis, respect voor privacy is essentieel voor alle toekomstige bewoners. We horen ook vaak sceptische reacties, van mensen die niet geloven dat een consensus altijd haalbaar is en die ervan overtuigd zijn dat er sowieso ruzie zal ontstaan. Wij hebben gemerkt dat een open dialoog altijd werkt, en geloven echt in de mogelijkheden om als groep overeen te blijven komen.

Wie komt er eigenlijk in aanmerking om toe te treden tot zo’n cohousingproject? Is er zoiets al dé ideale cohouser?

Iedereen is welkom, elke persoon is weer een toevoeging aan een rijke, diverse groep mensen met een gedeelde visie. Je moet vooral bereid zijn om compromissen te sluiten, af en toe wat water bij de wijn te doen, je moet moeite willen doen om in overleg met je buren tot een consensus te komen. Anders blijft het niet houdbaar, niet voor jezelf, noch voor de groep.

Welke juridische eigendomsconstructie gebruiken jullie om de cohousing te organiseren?

We richten een vzw op voor de aankoop van de grond en andere contracten. Daarna gaan we over in een vereniging van mede-eigenaars, vergelijkbaar met een appartementsgebouw.

Wat is er in jullie cohousingproject gemeenschappelijk en wat is er privé? Delen jullie ook auto’s?

We bouwen elk onze privéwoning met een tuintje of terras. Er wordt gezamenlijk geparkeerd aan de rand van het veld, er komt een paviljoen met een polyvalente ruimte en keuken en nog meer gedeelde ruimtes. Verder delen we een grote, centrale tuin, met speeltuigen voor de kinderen en misschien wel een moestuin. Ook heel wat spullen kunnen gedeeld worden: een grasmaaier, een boormachine, noem maar op. Autodelen kan in de buurt met Cambio, maar ook onderling autodelen is zeker ook een optie. Als we samen een uitstap maken, carpoolen we nu al zo veel mogelijk.

Hoe vaak spreken jullie gemiddeld af om noodzakelijke regelingen te treffen?

We zien elkaar elk tweede weekend van de maand (afwisselend zaterdag en zondag) met de hele groep in een zaaltje dat we mogen gebruiken. Er wordt dan ook telkens kinderopvang voorzien door een of twee groepsleden bij iemand thuis. Daarnaast werken we met verschillende werkgroepen, die afhankelijk van de hoeveelheid werk regelmatiger of minder vaak samenkomen. Gemiddeld is dat ook één keer per maand. Er is een technische werkgroep, een juridisch-financiële werkgroep, een werkgroep rond groepsvorming en een werkgroep communicatie.

Meer info?

De website van Cohousing Waasland, waar mensen ook kunnen inschrijven op een tweemaandelijkse nieuwsbrief: www.cohousingwaasland.be.

Op Facebook bestaat er een open groep: www.facebook.com/groups/cohousingwaasland.

70. Maak de binnenlucht gezonder met planten

Men maakt zich vaak druk om de vervuiling van de buitenlucht, door fijn stof, uitlaatgassen en allerhande andere storende factoren voor onze gezondheid. De laatste tijd gaan er echter steeds meer stemmen op die stellen dat de binnenlucht wel eens van slechtere kwaliteit zouden kunnen zijn dan de buitenlucht, en dat hebben we volledig aan onszelf te danken. Zo deed het LNE (Departement Leefmilieu, natuur en energie) de BiBa-studie over Binnenlucht in Basisscholen. Eén van hun conclusies was:

De luchtkwaliteit in de klaslokalen was voor de meeste polluenten in de meeste scholen slechter dan de buitenluchtkwaliteit op de speelplaats. De luchtkwaliteit op de speelplaats was in de meeste gevallen gelijkaardig aan de luchtkwaliteit aan de straatkant.

LNE stelt elders nog dat een slechtere kwaliteit van het binnenmilieu naast fysieke gezondheidsklachten en discomfort ook kan leiden tot onrust, onoplettendheid en prikkelbaarheid, met als gevolg een nadelige invloed op het prestatievermogen. Een studie aan de Radboud Universiteit in Nijmegem die gepubliceerd werd in het vakblad ‘Environment International’ stelde op haar beurt dat kantoorlucht ongezonder was dan vervuilde buitenlucht. Ze raden dan ook aan huizen, kantoorruimtes en scholen veel beter te ventileren. Ook het plaatsen van planten kan bijdragen tot een betere luchtzuiverheid.

Klik hier om verder te lezen

53. Wassen met wasnootschalen

Heel vaak draai je een wasmachine, niet omdat je was zo vuil is, maar omdat deze gewoon eens moet opgefrist worden. Wij gebruiken voor onze wasjes voornamelijk het geconcentreerd vloeibaarwasmiddel van Ecover, in combinatie met de wasverzachter en het bleekmiddel, eveneens van Ecover. Maar door af en toe eens in biowinkeltjes en de Bio Planet rond te snuffelen kwamen de wasnootschalen onder onze aandacht.

“Wasnootwat??” hoor ik je al denken… Dat hadden wij ook eerst, maar na een tijdje heeft onze nieuwsgierigheid het gehaald en afgelopen weekend hebben we de wasnootschalen voor de eerste keer geprobeerd. Eén wasmachine met kledij en één wasmachine met linnengoed.

Het resultaat was eigenlijk echt verrassend. Op de verpakking stond dat als je een goede geur wou, je een drupje etherische olie op het wasnootschalenzakje kon doen, maar dat had ik dus nog niet gedaan. Toch rook ons wasgoed echt goed. Op Ollekebolleke vond ik wat meer info:

Oorspronkelijk groeide de wasnotenboom in Zuid-India, maar vandaag vindt men hem over heel India verspreid. De boom groeit tot 15 meter hoog en de kroon is 1.50 m breed. De bladeren worden 12 tot 30 cm lang. In de maanden maart/april is de boom gesierd met een witte bloesem. Een jonge boom draagt na 10 jaar zijn eerste vruchten. Gedurende 90 jaar kan daarvan dan geoogst worden. Dit is een wezenlijk aspect in de ecologie. De plant laat na de oogst geen woestenij of uitgeputte grond achter. Het oogsten van de vruchten (noten) gebeurt in oktober/november. De rijpe wasnoot heeft een gouden kleur en is kleverig. Door het opslaan drogen de noten waardoor de kleur verandert in roodbruin. De kleverigheid blijft. Na de oogst worden de wasnoten gekraakt. De schalen worden zorgvuldig gedroogd en in katoenen zakken verpakt. De binnenste zwarte kern is noch voor consumptie noch voor het wassen geschikt. De schalen daarentegen bevatten  waardevolle inhoudsstoffen die zich uitstekend lenen voor het wassen. Ze bevatten de stof Saponin, welke als zeep werkt. Van zodra de schalen met water in contact komen geven ze een zeepsop af.

Klik hier om verder te lezen